Fruit

Fruit

Fruit is de verzamelnaam voor eetbare vruchten. Ze worden meestal rauw gegeten en smaken zoet of zuur. Plantkundig gezien is een vrucht het eetbare deel van de bloem of wat zich daaruit ontwikkelt na bevruchting. Sommige vruchten worden ook tot de groenten gerekend, zoals tomaat, paprika, aubergine en komkommer.

Fruit staat in de Schijf van Vijf. 


Soorten fruit

Er bestaan heel veel fruitsoorten. Fruit kan worden ingedeeld in families, op grond van plantkundige kenmerken. Een andere mogelijke indeling is:

  • Zacht fruit, zoals bessen, aardbeien en druiven. 
  • Steenvruchten, zoals kersen, abrikozen, pruimen, perziken en nectarines. 
    Pitfruit, zoals appels en peren.
  • Citrusfruit, zoals sinaasappels, citroenen en mandarijnen.
  • Ander exotisch fruit, zoals bananen, kiwi’s en ananassen.


Herkomst

Appels zoals Elstar en Jonagold komen vooral uit Nederland. Bananen komen uit Midden-Amerika. Sinaasappels en mandarijnen komen vooral uit het Middellandse Zeegebied. 

In het Nederlandse klimaat worden vooral appels, peren, kersen, bessen en aardbeien geteeld. Belangrijke teeltgebieden zijn de Betuwe, de Noordoostpolder, Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden, het rivierengebied van Gelderland en Overijssel, de Gelderse vallei, Limburg en Noord-Holland. Ook in andere landen op het noordelijk halfrond wordt dit fruit geteeld. Als het hier niet het seizoen is voor dit fruit, komt het van het zuidelijk halfrond. Bijvoorbeeld uit Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. De seizoenen zijn daar immers tegengesteld. 

Tropisch en subtropisch fruit, zoals bananen, sinaasappels en druiven, worden het hele jaar door geïmporteerd. Vooral de bananenteelt is voor veel ontwikkelingslanden erg belangrijk. Bananen zijn de meest geëxporteerde vrucht.


Productie

Fruit wordt in Nederland vooral in boomgaarden geteeld. De fruitteelt in kassen is beperkt. Peren- en appelboomgaarden in Nederland beslaan ongeveer 17.300 hectare. Daar komt nog 1.400 hectare bij voor klein fruit, zoals bessen, aardbeien, kersen en pruimen. Slechts een heel klein deel van de Nederlandse fruitteelt is biologisch. Daarbij gaat het vooral om appels en peren.  


Consumptiecijfers

Nederlanders eten het liefst appels, sinaasappels, bananen en mandarijnen. Aardbeien, kiwi’s en druiven nemen in populariteit toe. Gemiddeld eten we in Nederland iets meer dan 1 stuk of portie fruit per dag.


Bereiden 

Fruit kun je het beste eten met of zonder schil, vers of uit de diepvries. Daarnaast is fruit geschikt om moes, puree, jam, sap of smoothies te maken. Bij het bereiden is het belangrijk eerst de schillen en de pitten te verwijderen. Bij bereiding treedt er verlies op van vitamine C. Bij het maken van sap gaan ook de vezels verloren. Het is gebruikelijk bij bijvoorbeeld appelmoes en jam om suiker toe te voegen. Sappen bevatten veel suiker en weinig vezels en worden beschouwd als suikerhoudende dranken. 


Gezondheidseffecten

Fruit eten is goed voor de gezondheid. Er is nog te weinig bekend om de het eten van bepaalde fruitsoorten te stimuleren. Verschillende soorten fruit eten is de beste manier om alle belangrijke voedingsstoffen binnen te krijgen. 

Fruit levert in verhouding tot het gewicht weinig calorieën. Fruit bevat veel water en voedingsvezels. Deze zorgen voor een vol gevoel. Het eten van fruit verzadigt meer dan het drinken van fruit.


Voedingsstoffen

Fruit levert weinig calorieën en veel vitamines, mineralen en voedingsvezels. Fruit levert ook koolhydraten. Daarnaast bevat fruit een groot aantal bioactieve stoffen, zoals carotenoïden, lycopenen en flavonoïden. Fruit bevat ook zuren en suiker. Avocado is een van de weinige vruchten die relatief veel vet en dus ook veel calorieën bevatten. Het zijn echter wel de onverzadigde vetten, dus de gezonde vetten.

De hoeveelheden voedingsstoffen verschillen erg tussen de verschillende fruitsoorten. Ook binnen dezelfde soort kunnen verschillen bestaan. Afhankelijk van het ras, het seizoen, bodem, bemesting en klimaat kunnen de hoeveelheden voedingsstoffen variëren. Er zijn geen aanwijzingen dat biologisch geteeld fruit meer voedingsstoffen bevat.

  • Vitamine C zit vooral in zwarte bessen, papaja, kiwi, citrusfruit en aardbeien. Appels bevatten weinig vitamine C. Vruchten in blik of glas bevatten meestal weinig vitamine C. Ongeveer 16% van de gemiddelde hoeveelheid vitamine C die iemand binnenkrijgt komt uit fruit. Gedroogd fruit bevat geen vitamine C. Vitamine C gaat namelijk verloren bij het drogen. Wel bevat het de andere voedingsstoffen uit fruit, maar ook veel suiker. 
  • Foliumzuur (vitamine B11) is nodig voor de groei en het in stand houden van het lichaam en voor de aanmaak van rode en witte bloedcellen. Foliumzuur is voor ongeveer 6% van wat de Nederlander gemiddeld binnenkrijgt afkomstig uit fruit. Aardbeien en sinaasappel bevatten veel foliumzuur. 
  • Kalium is belangrijk voor een normale bloeddruk. Het zit vooral in banaan, krenten en rozijnen. In appel zit niet zo veel kalium, maar omdat we deze vrucht veel eten, is het toch een belangrijke kaliumbron. Ongeveer 7% van het kalium dat de Nederlander gemiddeld binnenkrijgt, is afkomstig uit fruit. 
  • Koolhydraten leveren energie. Fruit levert dit vooral in de vorm van suiker. Daarnaast bevatten sommige fruitsoorten wat zetmeel, zoals bananen. Ongeveer 10 tot 15% van het gewicht van fruit bestaat uit suiker. Er zijn uitzonderingen. Zo bevat citroen minder dan 1% suiker en de dadel meer dan 60%. Groente en fruit leveren samen 5% van de hoeveelheid energie die de gemiddelde Nederlander binnenkrijgt. Groenten zijn goed voor 3%. Uitgelekt fruit op sap uit blik of glas levert weinig extra suiker. Uitgelekt fruit op siroop uit blik of glas levert over het algemeen wel extra suiker. 
  • Fruit is een goede bron van voedingsvezels. Deze zijn belangrijk voor een goede darmwerking. In Nederland is fruit gemiddeld goed voor ongeveer 11% van de totale hoeveelheid voedingsvezel die iemand binnenkrijgt. 
  • Fruit bevat een groot aantal bioactieve stoffen. In principe kan ons lichaam zonder deze stoffen, maar mogelijk spelen ze wel een rol bij de gezondheidseffecten van groente en fruit.


Hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en kanker

Mensen die veel groente en fruit eten hebben een lager risico op hart- en vaatziekten, type 2 diabetes en bepaalde vormen van kanker. Het gaat dan vooral om kanker in het hoofd-halsgebied, de slokdarm, de longen en de maag. Het eten van meer dan 2 porties stuks fruit per dag dringt mogelijk het risico op ziekten nog verder terug.

Het is nog niet helemaal duidelijk waarom fruit de kans op ziekten verkleint. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van stoffen. Om die reden kan een vitaminepil fruit niet vervangen.

De schattingen van de vermindering van het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 door het eten van fruit lopen uiteen van 10 tot 30%. 


Allergie

Overgevoeligheid voor fruit komt niet veel voor. Wel kunnen mensen met hooikoorts of latexallergie overgevoelig zijn voor bepaalde vruchten. Het gaat dan vooral om appel, peer, kers en abrikoos. Bij appels geeft de Santana-appel minder overgevoeligheidsreacties.


Baby’s en peuters

Baby’s en peuters krijgen buikpijn en diarree van te veel fructose. Fructose zit in fruit en in grote hoeveelheden in appelsap en gemengde vruchtensappen. Zoete dranken zijn sowieso onnodig om te geven aan kleine kinderen.


Veiligheid


Bacteriën en virussen

Op fruit kunnen schadelijke bacteriën of virussen voorkomen. Het is daarom van belang fruit zorgvuldig te wassen voor gebruik onder stromend water. Ook als je fruit schilt, is het belangrijk om vooraf het fruit te wassen. Dit is niet nodig voor fruit zoals bananen, sinaasappels en mandarijnen.

Zacht fruit, zoals frambozen, aardbeien en bosvruchten zijn gevoelig voor virussen. Virussen zoals het norovirus en hepatitis A gaan niet dood door invriezen, dus was bevroren fruit ook altijd voor gebruik.


Schadelijke stoffen

Op en in fruit kunnen schadelijke stoffen zitten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om resten van zware metalen door milieuvervuiling, en bestrijdingsmiddelen. De positieve effecten van fruit wegen ruimschoots tegen deze eventuele risico’s op. Het risico voor de gezondheid is bovendien nog verder te verkleinen door fruit te wassen, te variëren met de fruitsoorten en het goed te bewaren. Bestrijdingsmiddelen
Op fruit kunnen resten van bestrijdingsmiddelen achterblijven. Dat zijn er zo weinig dat ze niet schadelijk zijn voor de gezondheid. De Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteitcontroleert of er niet meer resten op groente zitten dan wettelijk is toegestaan. Bij biologische groente zijn geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Het is niet nodig fruit te schillen in verband met resten van bestrijdingsmiddelen. Meestal zijn de bestrijdingsmiddelen al afgebroken als het fruit wordt verkocht. Veel bestrijdingsmiddelen trekken verder dan de schil. Ook kunnen ze er vaak niet afgewassen worden. Wassen van fruit is overigens wel belangrijk om vuil en stof te verwijderen. 

Citrusvruchten, zoals sinaasappels en citroenen, zijn gevoelig voor schimmels. Daarom worden ze behandeld met schimmelwerende middelen zoals bifenyl. Daarvan kunnen nog wat resten op de schil voorkomen. Daarom is het belangrijk om bij het maken van citroen- of sinaasappelrasp eerst de schil te wassen. 


Voedingsadvies

Voor volwassenen geldt het advies om minimaal 2 porties fruit per dag te eten. Dat komt neer op 200 gram fruit of meer. Als je steeds andere fruitsoorten kiest krijg je alle voedingsstoffen uit fruit binnen die je nodig hebt. Fruit kun je beter eten dan drinken. Lees meer over welke soorten fruit(producten) wel en niet in de Schijf van Vijf staan en vul de Schijf van Vijf voor jou in voor een voedingsadvies op maat. 


Tanderosie

Fruit en vruchtensappen bevatten zuren die het tandglazuur kunnen aantasten. Als je het aantal eet- en drinkmomenten op een dag beperkt tot maximaal 7, krijgt het tandglazuur voldoende tijd om te herstellen. 2 keer fruit per dag is daarom prima.